19-01-09

percentage rokende mensen

Weer wat cijfertjes:

Wie rookt er wanneer en hoeveel?

Jaar Mannen Vrouwen Totaal
1984 47% 26% 36%
1985 45% 27% 35%
1986 46% 26% 35%
1987 42% 26% 32%
1988 42% 24% 32%
1989 39% 26% 32%
1990 38% 26% 32%
1991 33% 24% 29%
1992 31% 21% 26%
1993 31% 19% 25%
1994 33% 19% 26%
1995 33% 24% 28%
1996 34% 27% 30%
1997 31% 22% 26%
1998 30% 23% 27%
1999 31% 26% 29%
2000 36% 26% 31%
2001 34% 22% 28%
2002 33% 25% 29%
2003 - - 28%
2004 - - 28%
2005 35% 24% 29%
-------------------------
Jaar Leeftijd Jongens Meisjes
1990 11-12 jaar 0% 0%
13-14 jaar 3% 1%
15-16 jaar 10% 8%
17-18 jaar 25% 13%
totaal 9% 6%

1994 11-12 jaar 1% 0%
13-14 jaar 4% 3%
15-16 jaar 21% 12%
17-18 jaar 32% 17%
totaal 14% 8%

1996 11-12 jaar 1% 0%
13-14 jaar 6% 5%
15-16 jaar 23% 17%
17-18 jaar 35% 26%
totaal 16% 12%

1998 11-12 jaar 1% 0%
13-14 jaar 6% 5%
15-16 jaar 21% 20%
17-18 jaar 31% 30%
totaal 15% 14%

2000 11-12 jaar 1% 0%
13-14 jaar 5% 4%
15-16 jaar 19% 15%
17-18 jaar 31% 29%
totaal 13% 12%

2002 11-12 jaar 0% 0%
13-14 jaar 5% 3%
15-16 jaar 19% 18%
17-18 jaar 30% 27%
totaal 14% 12%

Aatal doden per jaar aan de gevolgen van roken:

Jaar Mannen Vrouwen Totaal
1955 7.900 - 7.900
1960 11.100 - 11.100
1965 14.300 300 14.600
1970 16.000 200 16.200
1975 18.200 1.000 19.200
1980 18.500 1.100 19.600
1985 18.700 1.300 20.000
1990 16.700 1.600 18.300
1992 16.600 2.000 18.600
1995 17.000 2.400 19.400
-------------------------------
De eerste sigaret wordt door de meeste rokers als slecht ervaren. De eerste trekjes veroorzaken bijwerkingen zoals misselijkheid, duizeligheid, hoofdpijn en braakneigingen. Bij verder gebruik geraakt het lichaam gewend aan een zekere dosis nicotine en worden de bijwerkingen niet meer ervaren. Integendeel: de roker wordt lichamelijk verslaafd aan de nicotine. Nicotine heeft eerst een opwekkende en daarna een kalmerende werking. Vandaar: "Roken is goed voor de concentratie." of "Roken is goed tegen de zenuwen.". Daarnaast zijn rokers geestelijk verslaafd aan de gewoonte. Iedere roker rookt in bepaalde situaties, b.v. tijdens het uitgaan, tijdens de middagpauze, bij een drankje, na de maaltijd, voor de televisie, in de auto, na de wedstrijd, enz.
De roker gaat steeds meer roken om hetzelfde effect te bereiken en kan het roken moeilijk langer dan 2 à 3 uren laten. M.a.w. de roker is verslaafd. Het roken is aangeleerd.
De meeste rokers roken dan ook niet omdat zij roken zo lekker vinden, maar omdat hun lichaam verslaafd is aan de nicotine en omdat zij de gewoonte niet kunnen afleren.
--------------------------------------------
Een vreemde combinatie...

Dat roken en sporten niet samen horen is al langer bekend. Door koolmonoxide krijgen spieren minder zuurstof en gaat de conditie achteruit. Sporters kunnen last krijgen van kortademigheid en je bent ook sneller moe. Door niet te roken of te stoppen met roken win je 5 tot 10% aan conditie.

Ook bij het sporten vallen de verschillen tussen rokers en niet-rokers onmiddellijk op. Vaak zijn de directe gevolgen van roken op het prestatievermogen slecht gekend in vergelijking met de ziekten op lange termijn. Toch vermindert roken het prestatievermogen en heeft het conditieverlies tot gevolg. Het verschil is voornamelijk voelbaar in sportdisciplines waarbij het uithoudingsvermogen een belangrijke rol speelt en de prestatie verband houdt met de beschikbare hoeveelheid zuurstof, zoals hardlopen, fietsen of zwemmen. Rokers hebben meer tijd nodig om te recupereren en hun bloeddruk en polsslag zijn veel hoger. Tijdens het sporten hebben sportmensen, omwille van hun inspanningen, een maximale zuurstoftoevoer nodig. Roken belemmert de zuurstoftoevoer naar de spieren. De nadelige effecten van het roken worden niet teniet gedaan door te sporten. Bij training vertonen rokers niet dezelfde vooruitgang als niet-rokers. Sport is dus zeker geen alibi om te roken. Het aantal rokers bij sportlui ligt dan ook erg laag en hun tabaksverbruik is beperkt. Uit studies blijkt dat de meeste sportlui, en in het bijzonder topsporters, niet roken.
--------------------------------------------
Passief roken

Niet alleen rokers ervaren de gevolgen van hun tabaksgebruik. Ook niet-rokers die zich in een ruimte bevinden waarin wordt gerookt, worden blootgesteld aan de tabaksrook in deze ruimte met hinder, ziekte en sterfte als gevolgen. Zij roken immers passief.
Passief roken is het inademen van de tabaksrook die in de lucht aanwezig. De rook die vrijkomt bij het verbranden van een sigaret wordt door de roker niet helemaal geïnhaleerd. Enerzijds is er de zgn. zijstroom: een niet te verwaarlozen deel van tabaksrook dat zich rechtstreeks in de lucht verspreidt. Anderzijds blaast de roker ook een gedeelte van de geïnhaleerde rook uit in de lucht (de zgn. hoofdstroom). De omgevende lucht wordt door alle aanwezigen (rokers en niet-rokers) ingeademd. Zo wordt een niet-roker een passief roker.
Tabaksrook in de omgeving is een belangrijke bron van vervuiling en bevat meer dan 4.000 chemische bestanddelen, waarvan ongeveer 40 gekend zijn als carcinogeen (kankerverwekkend.

Op 21 maart 2006 is in het Europees parlement een rapport voorgesteld met nieuwe gegevens over het aantal doden dat passief roken teweegbrengt. In België zijn dit 2133 doden per jaar.
-------------------------------------------------

17:21 Gepost door 1L in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: roken, percentage |  Facebook |